Zuur

By 30 augustus 2016 Geen categorie No Comments

Ik wil graag de eerste alinea’s van het eerste hoofdstuk  van mijn boek met jullie delen.

Tussen twee werelden: Zuur

 

“Neeeeeeee ik wil mama, ik wil naar mama, laat me bij mama!” Mijn armen zwaaien wild alle kanten uit. Wat gebeurt hier? Waarom mag ik niet naar mama? Snotterend en schokkend sta ik daar heel erg verbaasd, overrompeld en boos te zijn. De vragen schieten door mijn hoofd en het gevoel van onmacht maakt meester van me. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf, maar de grote mensen luisteren niet.

Een hand duwt me dwingend richting een deur, in mijn reflex wil ik teruglopen maar dat lukt niet, die hand is te sterk en de hand is nu nog dwingender en krachtiger in mijn rug. Het doet zeer en ik huil nog harder. Het is niet eerlijk, die mevrouw ziet er zo lief uit met haar lach, maar tegelijk doet ze me pijn. De lelijke afgebladerde bruine houten deur komt steeds dichterbij, het zijn nog maar een paar stapjes en ik besluit om gewoon te blijven staan. Het is niet eerlijk, ik heb toch niets gedaan? Waarom luisteren ze niet naar mij?

Ik ben niet alleen, mijn zus en ik zijn samen hier. Zij loopt achter mij aan alsof er niks aan de hand is. Ik zie ook wel dat ze niet blij is, maar ze gilt niet, huilt niet, protesteert niet, niks.

 Met een laatste harde duw in mijn rug sta ik daar achter die lelijke deur die in de haast snel open werd gezwaaid en met dezelfde snelheid ook dicht werd getrokken. Ik ram met mijn vuisten zo hard als ik kan op het hout nog steeds snotterend en schreeuwend. Door het sleutelgat zie ik mama, mijn hart maakt een sprongetje. “Mama!” mijn moeder loopt naar de deur blij om mijn stem te horen.  Tenminste dat wil ze maar ze wordt door andere vrouwen tegengehouden. Dat is zo gemeen! Ik wil met haar mee. “Ik wil naar huis!” Maar onze moeder wordt weg gestuurd, ze moet naar huis, maar zonder ons. Ik blijf door het gat kijken, mijn ogen branden, mijn wangen worden nat en veeg het snel weg met mijn vuist. De tranen blijven komen, ik wil dat niet. Maar mijn zicht wordt vertroebeld en mijn moeder vervaagd. Ik blijf kijken totdat ze er niet meer is.

 In de tussentijd proberen de vrouwen van het huis waar ik ben mij af te leiden, maar ik ben ontroostbaar. Ik kijk om me heen en zie dat we op een binnenplaats staan, in het midden staat een vruchtenboompje, een met geelgroene vruchten die op een ster lijken. Er wordt een vrucht geplukt en aan mij gegeven, maar ik wil het niet en duw het weg. Stellig wordt het terug in mijn handen gedrukt, ik kijk ernaar. Zal ik het proberen? Ik besluit om een hap te nemen. Mijn gezicht vertrekt en ik spuug het snel uit. Bah! Wat zuur!

©Petra Sumiatin  2016

 

Leave a Reply